Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 58 —
Maar 't noodlot flaat niet loe, dal u mijn bloed verzeil'.
En Seyros is vervreemd van 't edel wapenfpel.
Voor my, ik ben gewis, dat wij aan deze boorden.
Den beerelijken naam van geen' Acliilles boorden.
Zijn moeder beeft aan my zijn jonkheid niet vertrouwd;
En 'l is geen pand van haar, dat gy me onttrekken zoudt.
Doorzoekt, behaagt het u, mijn ftranden en valleien!
En moog de Ilemelmaehl u zulk een vond bereien!" —
Deïdamia beefl, en ziet hel Trooifehe flaal
Ueeds fchillerende in heur' waan om 't hoofd van haar Gemaal
liet oog des Jonglings gloeit. (Ulysfes ziet dc vonken
Des opllags, maar ontveinsl). Dcïdamiaas lonken
Verfmooren, wat zijn hart reeds opwelde in dien gloed.
Ze omhelst haar hartvriendin. »Ach (zegt zy)! immer bloed
Mijn Vader, duld, dat wy een dischgefprek verlaten.
Dat mijne Amfryze als ik, dal wc alle, dopdiijk halen!
Dc nacht verliep reeds, geef ons 't affcheid van dil feest!"-
»,Noch flecht séen oogenblik (roeprsVeinzaarlsfchrandregeest]
Vergunt ons, hier onthaald door 't lieflijkst maagdenkwelen,
Heur zangerige rij een gastgift uil te deelen!'"
Flux werpt hy heel een macht van Vrouwenkostbaarheén,
Kleinoodjcn, fpeelgeraad, en lijfsfleraad door een.
En, midden in dien hoop, een fchild met bloed bedropen,
Een koopren krijgstrompet, een werkftuk der Cyclopen.
De maagden grijpen flraks, met onbezuisde hand,
Naar hals- en armring, flijf van goud en diamant,
Of elpenbcenen fpoel lot wol- en gouddraadklosfen.
Of hulfels, rijk gewrocht, getopt met vederbosfchen,
En parelfnoeren, die, in 't darllen om den hals,
Het blank verhoogen van hel zachte boezemmalsch.
Dees past een fluierband of hairfnoer om heur flapen;