Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— Ö6 —
Amfrijze, ó fchenk ons een dier zangen, rijk van zwier,
Oic Linus 't eersl beflond te tokkicn uit dc lier,
Ën die uwe afkomst in haar ftamiuiis fleeds bewaarde,
Sints Herkies uit zijn hand dc gouden flift aanvaardde.» —
Achilles buigt het hoofd; hy fielt de fnaar; en zingt.—
Nu roemt hy de Oppermacht, waar alles uit onlfpringt.
En aller Goden teelt uit Aarde en Lucht gefproten ,
Met Mnemozyncs koets, door Jupiter genoten,
En H Zanggodinnendom, geboren uit die Echt.
Dc trits Bcvallighcén met ongebonden vlecht;
En Liefde, boni gewiekt, die aan Fcrmesfus boorden
Haar opleidt tot den dans. Der Titans ijzrcn koorden.
En Vorst Saturnus zicht, door 's aardrijks hand gewrocht!-
Deïdamia beeft voor 'tgeen er volgen mocht,
En beimlijk weet ze ecn fnaar van 't fpecltuig los tc wringt
En maakl ecn tijdig eind aan 't reeds uitfjiorig zingen.
Dat op het oogenblik zijn kunne ging verra-än.
ülysfcs middlcrwijl ziet hem oplettend aan.
En waant in 't maagdlijk kleed den Jongling reeds te ontdekkei
Om wien zy dwars door 't meir van kust lot kusten trekker
»,Vorst (zegt hy, 't fcherpziende oog op hem alleen gehecht
Terwijl hy L}comeed zijn last te vooren legt).
Gy weet uit welk belang van Staats- en iiuwlijksbanden
Wy allen. Heilaas kroost, ter Echtwraak famenfpanden,
Om d' algemeenen hoon cn Gaslrcchtfchendery
Te flratfen met den val van Priams heerfchappy.
Zoo Iccrc 't nagetlacht aan 't zccftrand der Barbaren
Het heilig Volkenrecht cn trouwe en eer bewaren.
En ftceke Europe niet baldadig naar dc kroon!
Men fclionk den Legerftaf aan Alreus oudften Zoon.
Dees, als der Vorften Vorst, cn Hoofd der Bondgenoolcn,
Die heel de lÖonfche Zee bedekt houdt met zijn Vloten,