Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 52 —
Hy, wiens betoovrend beeld in haar geworteld ftaal I
Wiens adem haar beweegt, gevoelen doet, en leven I —
ïly nadert, en zijn komst doel heel haar lichaam beven.
Hy nadert, maar aan 't hoofd van Scyros Nymfendrom,
Ten ommegang gereed voor Bachus heiligdom,
En noodigt haar ten feest. Een woud van dichte dennen
Deed in zijn duiftrc nacht H ontzach der Godheid kennen,
En hield zijne outerdicnst voor *t fterflijk oog bedekt.
Daar voert de Vrouwenrij met panthcrbloed gevlekt,
En golvende in den wind met losgerukte hairen.
De fakkel in de hand omkranst met klimopbla5ren,
En flaal de rinkelbom met daavrend woest geluid.
Dat bosch cn veld doorklinkt en op H gebergte fluit.
Geen Jongling flaat bet vrij dil heiligdom tc naderen.
Dit is de aaloude wel der Priesterlijke Vaderen,
Dit dondert dc Offerpaap den Veldflocl weêr door 't oor:
»Wijkt, mannen, wijkt! flaal af van Bachus Nymfcnchoor!
Dc Maagden volgen hem, als een van haar Gcfpelen,
Op 'Itripplcnd maatgeluid, doormengd met duizend kcclen
Der Wijnpapinnen, van de drift der Godheid vol,
En zwaaiende onder een gelijk de kindcrlol.
Die door de zweep geperst met onophoudlijk jagen,
In H rond draait van 't geweld der felle geesfelflagen.
Zy dwarlen, zwieren rond, en tuimlcn, blind en doof,
En bosch cn bergen langs, en a&men bloed en roof.
Terwijl zy flam en lak van boom en wortel rijlen.
En de aard vermoeien met hun fchaatrcnd Ewan krijten.
Deidamia gruwt van 'l fchrikbre feestgcroep
En d'ijsbren toeflel van den rcdenloozen troep.
En fidderl, hem voor 'toog der fchaamleloosfie Vrouwen
Met half onlbloote borst in 't maagdenkleed te aanschouw
Met opgeflrikle mou flrekt hy de hand haar toe.
Om ze op te leiden tot den feestrei. »Hemel, hoe!»