Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 51 —
Verflagen neder, cn verliest zich in H vermaak!
Zy weel niet, van wat gloed, van welk een vuur oniftoken,
Zy U bruil'chend maagdenbloed mcl zoo veel driAs voelt koken,
Or wat, uil heel den flocl, die om haar fcbreden waakt.
Deze eenige Vriendin haar zoo aanirckiijk maakt!
Nu zit zy naast zijn zij* by ftrikkorl', fpil, en rokken,
En f()ini hem 'l vlasclidraad voor, ol" toont hem \ wolpluisviokken;
Bcfdcrl zijn vingers aan een arbeid hem zoo vreemd.
En lacht om 't broddelwerk dat ze aan zijn band ontneemt.
luH eind, ccn fchnchtre fchroom beveelt haar hem te ontvluchten.
De onnoozie ducht! zy ducht, cn weel niet wat te duchten;
Als 'l fchrikkclijk geheim hem van de lippen ftort,
En mei dc buwlijkskus op nieuw bezegeld wordt.
Sints heeft de droeve rust noch locvluchl in beur zorgen.
Nu zoekt ze de eenzaamheid, cn weent zich in 't verborgen
H Gelaal lot water; zucht, cn mijmert, ais ontzind.
En raadpleegt met beur hart of ze al, of niet bemint;
Verleert zich in beur angst, cn dreigt van rouw tc ftcrven.
Dan vliegt zy weer in d'arm dien zy niet weet Ie derven,
En plcngl heur tranen mcl dc zijnen onder ccn,
En H kalme lachjen rijst uit d' afgrond van 't^cwcen.
Thands zocht ze aan 'l klippig flrand ccn fchuilhock om Ie trcu-
Ecn fombcr voorgevoel fchcen haar zich-zelv te ontfcheuren. (ren.
Het is of 't zwellend harl baar uil den boezem berst.
En wegfiroomt in den vloed die zich aan 't oog onlperst.
Zy fchrikl, haar zusiers, fchrikt, haar Juffrcn en flavinnen
Te ontmoeten; vreest hem meer dan ccn van baar vriendinnen;
En ach! zy hijgt, haar arm hem om den hals Ie flaan,
En voor een* Iraan van hem beur leven af tc flaan!
Vol liddring dat dc tijd het groot geheim onldckkc,
Wenscht ze, in vcrlwijflend wee, dat zich haar lijden rekke.
Dan wcnschl zy, dat hy haar verlatet Goon, verlaat!