Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 50 —
En fmakcnde aan zijn zij' geen Zusterlijke koels,
Draagt ze in heur' fclioot de vrucht des wederzijdfchen gloe(
Beangstigd tracht ze H lijf in riem en band te knellen,
En prangt de llanke heup in H ongewoone zwellen;
Ach! elke oneigen plooi van 'l losgeflrikt gewaad.
Gelooft zy, dal haar fchuld aan ieders oog verraadt:
Zy vreest le blozen, vreest, wen ze aanvangt met le fpreke
Dat wen haar 'l blozen voegt de blos haar zal ontbreken;
En ducht, in 't zwoegen-zelf van borst en ademtocht
Te ontdekken wat haar ziel zich-zelv verheden mocht.
Wanl naauwlijks had hy nog op dc onbezwalkte wangen,
Van heel de nymfenftoct de vriendfchapskus onlfangen,
En Thetis hem dc naaide en fpinrok toevertrouwd.
Of, meer dan Zusterlijk, en boven 'tmaagdlijk, flout.
Vervolgde hy alom in de argelooze fchoone
Het voorwerp van een vlam, hel fpecltuig van Dione.
Vergeefs drong 't Joffrendom zich dartiend om zijn zij':
Zy was het die hy zocht uit heel de teedre rij.
Haar treedt hy immer na door Hof en Wandeldreven;
Haar fchijnt hy als een windtje om hals en borsl tc zweve
Haar praamt hy in zijn arm als leedre hartvriendin,
En Huistertzc in 't geheim hel vuur van wellust in.
Nu kleeft haar rozenmond op zijn koralen lippen.
Verwonderd van 't vergif dal ze in heur borst voelt glippc
Dan ftrookl hy 'l zacht albast of levend elpenbeen
Van kaak of voorhoofd met de leerfte aanminnigheên;
Of rijt het goudfnoer uit heur hairvlechl met zijn vingeren
Om ze in een' nieuwen zwier om nek en hals te flingeren
Dan valt hy haar in d'arm, en zijgende op haar borst.
Ontrooft ze kus op kus met nooilverzade dorsl.
Of dwingt haar, aan dc zijne in nooitgefmaakl genoegen.
Van onbekende lust en dartle fmart le zwoegen.
Dc teedre Oddert, flaat haar oog en gloèndc kaak