Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 47 —
Een wollen wapenrok voor haar Gemaal Ie flikken;
En, zuehlend, rolt haar oog een Iraanljen op haar hand.
En van de hand op 't kleed, en smet zijn opperrand,
,Aeh (roept z)')! moog die traan ons flechts geen bloedvlek
(fpellcn!'—
Nu hoort men 'sPrinfen tred langs trap en voorzaal fnellen,
En naadren! Hy verfchijnt en fluilt de kamer in,
En vindt de aanminnige,omkransd van haar gezin,
't Ontzag der deugd bevangt zijn' boezem, fel aan 't koken:
Maar neen, de fpijl breekt door, de hoon heeft haar ontstoken!
»Uws Egaas groet. Mevrouw! (dus zegt hy.) Sidder niet:
I!y is 't, die dezen dag in mijne plaats gebiedt,
Dit kluistert hem by 't lleir. Droog af die donzen wangen!
Ik koom dit oogenblik zijn plaats bij u vervangen.
Hy wilde 't—Volg my hier in dit geheim vertrek.
Dat ik in veiligheid u zijnen last ontdekk'." —
De tedere argwaant niets. Zy volgt hem onverftreken.
Hy fluit de deur. »Zi( ncêr (dus vangt hy aan te fpreken).
Uw Ega draagt uw deugd cn zuiverheid, tc koop.
Hy is uw hart nicl waard, noch dien gewijden knoop
Die deze uw hand verbindt. Befchouw hem met verachting!
Ik, luige van uw' hoon, als van uw deugdbetrachting.
Ik koom u wreken: ik, die al uw waarde ken.
Uw deugd, uw fchoonheid eer', en hier uw meefler ben,
il Wat wilt gc? Voel dil hart op 't bruifchcndst voor u blaken;
Een woord, één lieve lonk, zal ons gelukkig maken,
Uw' kluiftcr breken en u plaatfen aan mijn zij.
Eén weigring is uw dood; kies lusschcn haar en mij!
Gy zwijgt. Zie hier mijn flaal. Ik zal mijn' wil verwerven,
Gy, mei my fchuldig zijn, of als onleerde fterven!
Uw leven niet alleen, uw eer is in mijn hand!" —