Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 45 —
»Nu, terg my niet. Veellicht...! Daar zijn er meer bezwekea
Dan steden, 'tis zoo licht, een leder hart Ie ontsteken!
't Heelt alles invloed op een zacht en argloos hart.
En *t voelt zich eer 't hel weet in onzen l'lrik verward!
Hoor, Lucius, zie daar mijn hand! Vertrouwde Magen,
Waar 'l gruwzaam, zoo mijn hart uw Echtkoets zou belagen.
Ik ben niet vatbaar voor dien gruwel, ftel dit vasl!
Maar anders..! Beci', mijn Vriend, gy waart reeds half verrast!"
Zoo spreekt hy, en rijst op, en vult den berkemeier
Op nieuw. — »,Neen, Sexlus, neen, ik ken u, ijdle fchreier J
iNccn, 'k geef u vrijheid, 'k zet mijn' legcrriem tepand,
Daar is hy! — vlieg, ga heen, 'k flel alles in uw band.
Bolees haar, zoo ge kunt, begoochel, en betoovcr!
Betluip haar als een dief, befpring haar als een roover!
I'k Getroost my alles. Toon, ja, loon my wat gy zijl!
lüf, Blaaskaak, wacht van my een eindeloos verwijl!
[Miskikt gy, 'k zal uw' naam bij al de legerbenden
lezwalken als een' bloode, en u in 'l aanzicht fchenden.
fkLeg maag-en vriendfchap neêr. — Nog eenmaal, ik eisch het, ga!
^eer eerloos, of met de eer van mijn Lucretia!"' —
»Vermeelle, 't gaat te hoog (zegt Sexlus, fel aan 't blaken)!
loch, van den w ijn bedw elmd cn uitgeput van 't waken,
^^ergeel ge u. Breken wy dit ijdle twislcn af!" —
»,Neen, neen (roept Collatijn), geloof my niet zoo laf!
Ik weet het gene ik zeg, en laat nüjne eer niel hoonen.
[og eensl Gij zult me uw' roem dees nacht bewaarheid loonen,
If dc eindelooze vloek van Mavors en Quirijn
^erdelge en u en my in dezen kroes met wijn!"' —
»fcy fpreekt, en drinkt de fchaai ten halve uil.—
»Ontaarde!