Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 44 —
De nachtlucht greep u aan ; verwarm u, op mijn woord,
Met dezen gullen dronk, waarin de Vriendfchap gloort!" —
Zy drinken. »Collatijn, wat is het, feest te houen
(Hervat hy) zonder 't zoet van minnelijke Vrouwen !
Ach! Bachus gloeie ons harl, in Venus is de vreugd
Des Levens; en 'k beklaag mijn fpooreiooze jeugd
Die hier in 't harnas flaaft om luttel lauwerbladeren.
Wat meent ge ? 't Warme bloed vloeit u als my door de aderci
Kom, zaadlen wy ons ros. Naar Rome heen gefpocid !
Wy zijn Ie rug in H heir eer dat de morgen gloeit!" —
»,Nccn, Sexlus, 'k blijf. Wie weet! wy wierden overvallei
Ecn held vertrouwt op H zwaard, maar nooit op Icgcrwallc
'k Verlaat mijn Krijgspost niet. — Maar wilt gy, ga gerust:
Ik zal den Veldhcerpost vervullen zoo 'l u lust.
Doch, gaal gy, zie mijn Ga. Een beimlijk boezemprangen
Beklemt my. 'k Voel my 't hart aan huis cn echtkoets bange
Zoo, in mijn afzijn, haar iels fchriklijks overviel.
Ga, breng me een tijding weêr, die rust fchenkt aan mijn ziel!"*
»Met vreugde, Lucius! Ik zal uw' groet haar brengen:
Uw' kus-zclfs zoo gy wilt. Maar zacht! ik mocht my zengen
Neon, zend den vlinder zoo naby niet aan dal lichl !
Wat weet gc 't — Lucius! — ecn nachtbezoek! mijn Nichl!
Een jongling, warm van wijn, cn frisch cn welgcfchapen!
Gy, verr' genoeg van hand!— Neen, gaan wy liever flape
Gy grimlacht — ? Rekent gy op uw Gclicfdes trouw.
Of acht ge my zoo min gevaarlijk by een Vrouw?" —
»,Ja, Scxlus! 'k grimlach om dien waan der Jongelingen.
Steeds meencn ze al wal leeft hun hartstocht op tc dringci
Geen Vrouw, geen Maagd weerstaat hun lonken! Is't niel waai
Onnoozle! ga vrij been, ik lach met dat gevaar!"' —