Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 43 —
Brooddronken weeldrigheid, vermengd met dronkenschap,
Bedwelmt dc herfens in een zorgloos dischgefnap.
Wen flaat dc Cytlier, maar met onbedreven vingeren,
Men tuimelt overhoop, terwijl de hoofden flingeren.
En hupt en dartelt, als Bacbanlen, onbczuisd ;
Terwijl men kruik cn fcbaal en tafelnap vergruist.
In 't eind, bet woelen moe, hier duizlcnd neergeslagen.
Daar, van den flaap verrast, of fpraakloos weggedragen,.
Verdunt zicli H gastmaal. Fier op fterker ingewand.
Ziet Sextus in triomf zijn vricndenftoel in 'tzand,
En hy, hy staat alleen in 't midden der bezwekenen
Gelijk een rots in zee, en telt zijn zcgcteckcnen.
Een flaauwe fcbemcring vertoont hem Collatijn ,
Die in een' hoek der tent bevangen van den wijn,
En mijmrcnd by H gejuich en dartelend rinkinken,
Dc Roomfche deftigheid op 't voorhoofd uil doel blinken.
Glimplachcnd treedt hy toe, en biedt de hand hem aan.
nK-om, waardig Bloedverwant, de Feestvreugd heeft gedaan:
't Is alles om ons heen verdwenen of gevallen ;
Wy zijn hel, wy alleen, die met den lauwer brallen.
Hernemen wy dc kroes! Dc feestzang droogt de borst,
En 'l uur der middernacht geeft buivrigheid en dorst.
Wel aan!*' — De Krijgsman rijst: hy fchuift de tenlgordijnen
Ter zijde. )),'k Zie 'l geftarnt' met dollen luifter fcbijnen
(Dus zegt hy). 'l Maanlicht trekt zijn Hoornen by elkaar.
De lucht betrekt, en is van donderwolken zwaar.
Ja, flijlen wy dc nacht hier waakzaam by den beker!
Dc hemel hoede ons lleir! maar is de Veld wacht zeker?'" —
»Volzeker (zegt de Prins); verban dien ijdlen fchrik!
Genieten wy de vreugd van 't ft redende oogcnblik!
De lucht is helder, en niets dreigt ons met gevaren:
Maar fpoel die onrust af, dat zorglijk zielsbezwarcn.