Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 41 —
De ftem van Achmed dreunt verfchrikUjk door 't gefchal;
En Adelijne beeft wat hier van worden zal.
Een oogenblik, 6 fchoone, en H onweêr legt zieh nederl
De kalmte keert (e rug, de nevel fcheidt zich weder!
Daar fleept men Achmed-zelv', met ketenen belaan.
Den Rerkerkelder in, en biedt hem Floris aan.
Dc fchoone deinst te rug, en fiddert hem te aanfchouwcn.
lly ziel den Jongling aan met edel zelfbetrouwen:
,Gy zegepraalt; 'l is uil (dus zegt hy), jeugdig ileld!
Ilel lot begunftigde u, en Achmed is geveld.
Wijn arm verloor zijn kracht. Gy ziet mijn wonden vloeien,
Maar laat ze, dil 's mijn wensch, Adclcs boei bcfproeien!
De dood verdriet my niet, die haar de vrijheid geell:
'k lleb niet dan voor haar haat, ik heb te lang geleefd.'
Hy zwijgt. Zijn kaak verbleekt. Hy zijgt voor Floris voeten.
Nu zucht hy! ,'k Mag in u Graaf Floris kroost ontmoeten
(Herval hy); 'k was zijn flaaf. — Hy gaf me een vrijheid weer.
Die 'k ninmier heb misbruikt tot fmaad van Jezus leer.—
'k Was Christen in mijn hart, maar't bloed in dees mijne aderen
"Verbond my aan de wet van mijn verflorven Vadren.—
Had AdeÜjncs min mijn tederheid bekroond.
Ik had me aan uwe zij voor 't heilig kruis geloond.—
aar, wreed van haar verfmaad, en hooploos afgeflagen.
Wal kon ik, dan de Hel mijn gruwzaam noodlot klagen! —
Zy zei my redding loe! — maar heeft my wreed misleid! —
k Heb Adelijne een lol vol jamm'ren toebereid —
k flerf wanhopig. — Gy! vergoed dc teedre fchoone
e rampen van mijn min! — Dal dit mijn zorg beloone,
[)ie 't leven haar behield. — Dat verg ik u! — Vaarwel!
Ja, 's Heilands macht is groot, zy overwint de Hel.' —
Zijn adem fraoort, hy flerft. De minlijke Adelijne