Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 39 —
Men hoort zijn heldendeugd door heel het Oost weérgalmen.
'k Ben Zoon zijns tweeden Zoons^ die, Oorlogsheld als hy,
Zijn' Broeder onlangs volgde in Hollands heerfchappy.
Het Saraceenfche bloed heeft van zijn' kling gedropen.
Hy-zelf floot my bet pad der overwinning open.
Zie daar mijn' ftaat. Mevrouw, gcboorie, flam, en bloed!
Duld thands, dal ik in u mijns Vaders Zuster groei'!
Mijn hart (waarloc 't ontveinsd?) had in ganis andre banden
Dan die van 'l bloed , gcwenschl voor u te mogen branden.
Maar neem van my die liefde en al dien eerbied aan ,
Die met een iederheid zoo heilig, kan beftaan!
Mijn boezem zal voor u de rcinfte zuchlcn kweken!
Nooit andre vlam mijn harl, dan voor uw heil, onlfleken !
Verbreek ik dees gelofte, een hemel die my boort
Verlaat me, en 'k vall' ten prooi aan gruwbren muichelmoordl
Kom, volg me, en 'k voere u weer naar 's Heilands kruisaltaren!
Daar zult ge ecu zuiverheid die Englen pasi, bewaren!
Daar flraal' hun vlekloos fchoon van uwe fcboonbeid af!
En ik, ik zweere u trouw, als Ridder, lot bet graf!
»jMaar welk een fombcrheid houdt u 't gelaat betogen?
Een Iraan ontvalt uw oog!— Het gunftig Alvermogen
Voorkoom dit Voorfpook! Hoe! de hcnicl voert me u toe;
Ik red u, breek de kracht van boei en looverroê;
Ik juich in zulk een heil, mijn' naam en afkomst waardig;
En gy - !"'
«Beminlijk Held, mijn flddring is rechtvaardig,
(Herneemt ze). Ik heb u veel, maar alles niel, onldekl.
Zie bier ons Vonnis! hoor 'l, cn wat my leed verwekt!
'k Verzweeg dil; 'k wilde 'tu, maar kan het niel verbloemen,
O Mocht ik 'Ivoor my-zelv' alleen rampzalig noemen!
Maar neen, gy deelt er in. Wie ooit uw boeien Jlaak'
(Dus fprak de Wichlares in 't dondren van haar wraak)!