Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 36 —
En de oogflen door de lucbl op andere akkers voert,
Verfcidjnt op zijn bevel, om door heur aaklig zingen
Mijn maagdchjke borst lot zijne min te dwingen.
Zy naakt, de dag verbleekt: baar oogen, ijsiijk hol,
Verfleenen wien zy ziet. — De ontzacbbre Tooverkol
Aanfcbouwt me. Een dof geluid febijnt in liaar borst te kermen,
En jaagt me eene ijzing aan. Zy kruist baar vleescblooze armen
Tot driewerf in de luebt, en zwaait beur wicbelroe.
En gilt met beefebe ftem den Vorst der Geeften toe.
Het ratelt onder de aard als van verborgen' donder:
De bodem febudt en beeft: men waebt een vreeslijk wonder,
Maar Oddrend roept mijn mond den naam mijns Heilands uit!
En 't helsch gefpook verdwijnt in daavrend fcbrikgeluid.
De Best ligt, als verplet, ter aarde neergeflagen.
Ik zie in 't dor geraamt' hel angftig harte jagen
En kloppen door de borst. Hier is mijn macbl te kleen.
Dus zegt ze, en vliegt op eens door muur en well fel heen.
'k Ontzet. Een oogonblik! baar flem klinkt door de wanden.
In neevlen zweeft zy rond, en klappende in dc banden,
Neen, roept ze, ik bob nog kracbl! Uw hart blijve ongenaakt!
Ik wijk voor booger Geest, die voor uw reinheid waakt;
Maar 'k zal uw banden, 'k zul uw llavcrny verlengen.
Den dag vertragen, die uw vrijheid voort moet brengen.
Ja, lijden zult gy in den kerker, in den band!
Ja, liddren van den fchrik voor 't huwlijkslcdikant!
En, wil uw trolfche ziel zich niet vermurwen laten.
Maar haten die u mint, gy zult hem dubbcid baten.
Die haat uw follring zijn, en ieder oogcnblik
Uw borst op Achmeds naam doen ijzen van den schrik.
Ik zie de Legervaan die eens uw boei moet flaken,
Ik zie haar door dc lucht op gindfchc wolk genaken :
Maar neen, de macht der Hel, verecnigd in mijn macht,
Wccrflaat cn houdt haar op tot aan een nieuw gcflacht.