Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 33 —
Het overdier geheim liet moeilyk zich bewaren:
Ach! 'ijeugdig paar verfleent, het dreigt zich tc openbaren!
In *t eind , hun Trouwfeest naakt, hun beider fchroom verdwijnt,
En heerlijk is de zon die dezen dag bcfchijnt!
Volzalig was het uur, dat hun die fakkel lichtte!
En heilig 't plechtig woord, waar al hun angstvoor zwichtte!
»Graaf Dicdrik (•) middlerwijl had Palestines ftrand
Bezocht, en 't heilig kruis op Akraas mimr geplant;
Waar 't dringende belang van zijn gcfchokte Stalen
Verbindt hem om zijn zege in andre hand le laten.
Hy keert; maar eer hy keert, ontbiedt hy zijnen Zoon:
Aanvaard mijn^ Leger/taf, en deel mijn lauwerkroon!
Door de eer, den roem genoopt, door 's Vaders welbehagen,
Uit d'arm der rust gewekt, kan Fioris niet vertragen.
Helaas! de Liefde boeit, zy fchreit in 't heldenhart;
Blaar dc infpraak van den plicht verwint heur teedre fmart.
Gevoeliger — maar neen, met minder moed en krachten
Begaafd, breekt Ada H hart. Zy zwijgt en uit geen klachten;
Maar de al te wreede Ichok beroert haar 'l leêr gefiel,
En de arbeid grijpt haar aan, ontijdig, gruwzaam lel!
lelaas! de hemeltoorts doorliep flechts zeven ronden,
2n ik, onrijpe fpruit, word uit heur' fchoot onlbonden.

»Wat zal men? De Echtknoop is zoo kortlings pas gelegd?
2n ik verraad 'l geheim van de inbreuk op heur recht!
\andoenlijk de eerfte kreet der leedre lieldcpandeu!
ioe zallt hy 't fcheurcnd wee van 's moeders ingewanden!
laar grievend was de mijne in 'l harle dal hy trof.
loe ducht men dat die kreet wecrgalme door hel Hof!
len vindt me een Voedfler die haar lol verbindt aan 't mijne:
(') Diderijk de Zesde.
W. BlLDERDYK. XX.