Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 28 —
Zy, die, haars woesten fchakers prooi,
In 't Slot van Damiate
Bewaard wierd voor de felirikbare Echt
Van dien zy gruwzaam haatte.
Zoo fprak zy, als de Friefchc Graaf, (')
Omfluwd van honderd Ridderen,
Haar kerkerwanden binnentrad.
Die van zijn' aanblik fidderen.
De Kruisvaan zwiert bem orer 't hoofd,
Met Leeuw en Plompenbladen.
Het bloed druipt van zijn pantfcr af;
Hy fcbeen er in te baden!
Hy beeft den ftalen helm ohtgespt,
't Vizier is opgeflagen.
Zijn oog.... Een heldre morgenftond
Scbynt in dat oog te dagen!
Zijn aanzicht, van den moed ontgloeid;
Zijn overfchaauwde wangen;
Zijn gants van 't bloed onkenbaar fchild»
Nog vast aan d' arm gehangen;
Zijn hand, die 't triomfeerend zwaard
Nog bloot houdt uit de fcheede;
't Staat al in weérfpraak met dat oog,
Dat teêrheid aamt en vrede.
Dat oog vliegt als een blikfem rond,
Om alles aan te ftaren,
Of 't ergens nog een voorwerp vindt.
Om voor het flaal te fparen.
(*) Floris, Zoon van Willem vaa Holland.