Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1805.
- 26 —
»»De Jongling, door dien God verwekt,
»»Die al wat is beftiert;
»»Die Jongling ware een' feepter waard,
»»Zoo deugd vergolden wierd!
»»Reeds beb ik, door zijn raad verliebt,
»»Zijn banden losgemaakt;
»»Reeds, bem in d'eerften rang gefteld
»»Die 't naast mijn' throon genaakt.
»»Welaan dan! Wederzijdfche gloed
»»Nam beider boezems in;
»»Zoo zij een GodbehaagUjke Echt
»»Het zegel dezer min !" "
Het slot van Damiate.
VERHAAL.
»Wat wil dat ijslijk ftrijdgedruiseh!
»Dat gruwzaam wapenkletteren!
»Wat, die onlzetbre flag op flag,
»Die alles dreigt te pletteren!
»Geheel de Toren beeft en trilt:
»Ik voel den grondmuur fchokken:
»De wanden barften, ploffen neêr,
»In duizend rotsfteenbrokken!
»Afgrijslijk davert het daar boog!
»Ai! boor het welffel kraken!
»Het fcheurt! mijn God! het drupt van bloed!
»Het fpat my op de kaken!