Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 24 —
■Nu beefde ik voor 't gevolg, en acht
»ik wilde 't kwaad voorzien.
»Ik pleegde voor bet outer raad ,
»En deed uw huis bespiên."
»Ik roofde u *t lief onnoozel kind,
»En voerde 't verr' van hier,
»Waar 't noodlot haar een fchuilplaats wees,
»Beftempeld door Ozier.
•Want eenmaal had ik op 't altaar,
»In ftille Tempelwacht,
»Verzoenende offermelk geplengd,
»En 't eerfte Lam geflacht:
»Wanneer ik 't lillend ingewand
»Behoedzaam ondervroeg,
»En 't daavrend woord van Midian
»My flux door de ooren joeg."
»»Daar (fprak hy) trooste 't fchuldloos wichl
»»Zich boei en flavcrny,
»»Tot dat zy, 't dreigend leed ontgaan.
»»Gelukkig word* en vry!*'** —
»Wat was 't? Uit Midian vervoerd,
»Wordt ze u tc-n eigendom,
•En keert, haar Vader onbekend,
»In zijnen arm weérom,
»De ftar des onheils hangt en broeit!
»Zy nadert lot uw bed.
»Maar neen, de Hemel kwam hel voor,
»Die beider onfchuld redt.