Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 23 —
»Zijt gy 't, ó lieve frisfehe bloem 1"
(Dus zucht hy, diep bekneld).
»En ik, ik heb u 't hart gegriefd!
Mijn arm u neêrgeveld!
»Maar neen, ó neen; ik wil, ik zal
»Vergoeden wat ik deed,
»En fcbenken u een heil weerom,
Dat opweegt by uw leed.
»Gy weet, ó Vorst! ó Polifar!
»Hoe verr' mijn kennis flrekt.
»Dat niets wat is of wezen zal
»Zich aan mijn oog onttrekt.
»Ik raamde in d' aanvang van uw Echt
»Haar lot, ó Polifar!
»Ik zag een' fcbrikbren nevelgloed
Om uw Geboorteftar.
»Ik zag in 't draaiend firmament
»Een lieve huwlijksvrucbt,
»Maar doodlijk voor die 't licht haar gaf!
»Voor u nog meer geducht!
»Ik zag uw vroeg gefcheurde koets
»Door 't wenllend hemelrond
»Met bloedfchuld van omboog gedreigd
»En 't gruwlijkst Echtverbond.
»Ik zag het, viel bekommerd néér,
»En bad het onheil af. —
»Helaas! uw Dochter zag het licht!
»Uw Ega zeeg in 'tgraf.