Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 21 —
Doch waar ? Van achtrcn in den fleep,
Die, reikende aan den grond,
In H vluchten, ja, te grijpen was,
Maar niet, van die weêrftond.
Die vingermerken opgefcheurd
Tot onder aan den rand,
En dien in kronkels famengeprest
Van 't knijpen van de hand.
»»Dit lecken (zegt hy) tuigt van vlién,
»»Maar geenzins van geweld.
»»Een flaaf, die aan een vrouw ontvliedt,
»»Wier vuist zijn kleed beknelt.
»»Geen blijk van afgelegd gewaad
»»Ter pleging van het feit;
»»Niets losgegespt, en niets ontgord;
»»Maar louter zedigheid.
»»Alleen de teekcns van een vrouw
»»Die al haar krachten fpant,
»»Op dat zij hem van 't vHên weerhou.
»»Dit tuigt het onderpand!
■«Zoo *t kleed het misdrijf flaven moet,
»»Hem toont het fchuldeloos;
»»En echter H vindt zich in uw hand!
»»Bloos, Asfenedc, bloos!"" —
wja! (zegt zy) Wrecdaarts, fcheurt my H hart,
»Het WToegend hart, van één!
»Maar wie, wie heeft hem ooit beticht,
Dan gy, dan gy-allecn?