Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 20 —
»Neen, fmacht' hy in den kerkermuur t
»In weerwil van mijn' gloed,
»Mijn hart voedt deernis en geen wraak ^
»Ik dorst niet naar zijn bloed." —
Intusfehen vliegt de fchelle Faam
Door Memfis breeden wal;
En alles daagt den flaaf ter ftralT,
Met gruwzaam moordgefchal.
»Hoe! Izis! een verachte flaaf,
»Uit Hebron hier gebracht!
»Een vreemdling, door zijn' Heer gekocht,
»Eene Edelvrouw verkracht!
»Wraak, Hemel! Wraak, rechtvaardig Vorst!
»Het is hier aller zaak!
»Geen vrouw is veilig in heur huis,
»Vindt dit geen heugbre wraak!" —
Men fleept des Jongelings opperkleed.
Getuige van zijn feit,
Voor Faroos boogen rechtcrftoel,
En roept Gerechtigheid!
De Koning ziet de fchouderflip
Den gespriem afgefcheurd.
Maar Hemel! hoe ontroert zijn ziel
Om wat hy meer bespeurt!
Wal vindt hy? (Hemel, 'tis Uw wil.
De waarheid breekt hervoorl.)
De vingren, flijf in 't kleed gedrukt:
Het kleed, daar van doorboord.