Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 16 —
»Hier (zegt zy)...! »Gloeiende om het hoofd.
Niet wetend wat hy doet.
Deinst Jozef, weert hare armen af,
En valt de Maagd le voet.
»»Bezadig u ! — om 's hemels wil!
»» Om God, u-zelv, en mij!"" —
»Neen (zegt zy), neen, het is gedaan.
Dees oogwenk dood of vrij!
Barbaar! of hier ons lot vereend!
»Of—fterven van uw baud!" —
»»Gy, Hemel (zucht hy); dil's te veel!
»»Hier waar geen hart befiand!
»»Vaar eeuwig wel!"" —»Ontmenschte, blijf!
»Of fleep my met u mee.
Sleep, fleep my fchreiende, in mijn bloed,
»Naar 's afgronds jammerftce! » —
Hy vliedt —zij flreeft hem woedend na,
En grijpt zijn opperkleed.
H Scheurt los; zy houdt hel in dc band,
En geeft een' gruwbren kreet.
ASmcchlig, fpraakloos, fiorl zy neêr,
Verflikt in tranenvloed;
En kneust zich 't voorhoofd op den vloer.
En wcnlelt in haar bloed.