Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 15 —
»»Wie zijt gy — Potifars flavin!
»»Gy, die zijii wettig recht,
»»Zijn eigendom , zijn goedhecn hoont,
»»En 't heilig fnoer der Echt?
»»Wie ik — ? Zijn eigendom, als gy. —
»»Ik rooven —! vluchten! ik! —
»»Ontmcnschtc, verg mijn andwoord niet,
»»Eer zich mijn ziel verftrikk'.
»»Koep God, die de echte banden lluit,
»»Hoep, in uwe angst. Hem aan!
»»Hy is bet, die ons lot beftuurt!
»»Hy, Heer van ons beflaan!
»»Vaarwel""—! »Neen (breekt zy woedende uit,
»En knelt hem om dc Icén)!
»Neen, 'k heb geene andre hoop dan u,
Geen* God dan u-alleen.
»Neen, 'k laat dien boezem nimmer los,
»Met klippig ijs omfchorscht:
»ik kleef er my voor ecuwig aan,
Ik zieltoog aan die borst.
»Geene Almacht rukt my van die borst:
»Hier fterf ik, hier! ja hier!
»Hier fmelt ik dat bevrozen hart
Door mijn onleschbaar vier!
»Hier...! »Ziedend drukt haar lieve mond
Zich op zijn lippen vast.
En drinkt den adem uit zijn borst.
Van tranen overplast.