Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 12 —
»»Uw Bruigom, mijn weldadig Heer,
»»Onllrok my aan de flulp,
»»En vorderde in liet huisbestuur
»»Zijns armen Veeknaaps hulp.
»»Thands zendt zijn gunst my aan zijn Bruid,
»»Op dat ik haar begroet',
»»Ach! Jaoos zegen zy uw deel
»»By vreugd en overvloed!"" —
lly zwijgt, en kust den zoom van 'tkleed.
Dat langs haar fchouders plooit.
Hj wacht haar andwoord knielend af,
En zy, zy blijft verftrooid.
In 'l einde, met een' diepen zucht.
Die uit haar binnenst fchiet:
«Rijs (zegt zy), dierbre Jozef, rijs!
»Die plaats is de uwe niet.
»Ach, zoeter lage ik aan uw knien
»Bevrijd van dezen dwang,
»In Gozens onvergcetbaar dal
»Te luiftren naar uw' zang!
»Ach zoeter lage ik aan uw knién
»Te weenen in het ftof,
»Dan Jozef aan mijn' voet te zien
»In dit afgrijslijk Hof!
»Ach, Jozef! heeft uw teedre ziel
»Ooit iels voor my gevoeld? —
»Ooit deernis met mijn vroege jeugd? —
»Of ooit mijn heil bedoeld? —