Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 40 —
Hoe teer Hy echter voor hun waakt,
En hoe zijn milde hand
Den dag zijn licht cn warmte fchcnkt,
En waasdom fpreidt op 't land.
Hoe teer Hy hen voor 't kwaad behoedt,
En, fchoon ter wraak gefard,
"Verzoening wil, verzoening biedt
Aan elk benepen hart.
»»Ach (riep hy dikwerf, met een' traan
»»In 't zacht cn helder oog)l
»»Ach , dat zich deze God van heil
»»U eens ontdekken moog!""
Dan tokkelde zijn fixe hand
Dc zoetgesnaardc Luit,
En dreef er Jaoos dierbre Lof
In groolfche Hymnen uit.
Des meisjens weeke borst bezweek,
En kon dit niet weêrftaan;
Maar bad den God dien hy aanbad.
En, met dien God, hem aan.
Hoe fmolt dan haar betoovrend oog,
Hoe fmolt haar zwellend hart
Van wellust die geen weerga heefl!
Van nooitgevoelde fmart!
Hoe hing zy aan dien rozenmond,
V^^1ar zoo veel troost nit vloot!
Hoe aasde zy op ieder woord,
Dat van die lippen fchoot!