Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
XVIII
jcrmanismen begint te verwijten. Waarom niet? dit moet er
wel in willen, ik leef bier in Duitschland:
Bsßapßdpojrrat, y^póvio^ wv sv ßapßdpoi^.
dit is een vers van Euripides. Niemand denkt zeker, dal ik
ïier minder lïoogduilsch hoor, fpreek, of lees in een jaar,
dan in mijn Vaderland in een maand, of misfchien in een
«eek! Doch dit daar gelaten, ßelachlijk is het, dal zoogenaamde
^slhetyken of Aristarchen zich aanmatigen, niel een' aanko-
[Deling, die hun raad vraagt, maar iemand, wien zy toch voor
)ichter houden, in 't geen PoÖzy of taal raakt, te berispen;
aet geen van Aristoteles af (en dezen niel uilgelloten) nog nooit
een' van allen gelukt is. Wel te recht zei Leshng: Ich bin
überzeugt, dasz das Auge des Kün/tlers viel scharfßchtiger ist
ils das schar fßchtig ste seiner Betrachter. Hei moet in der daad
jen ellendig Kunftenaar wezen, die zijn kunst niet beter ver-
taal dan al zijne opgeworpene rechters. Ook fchijnl het wel
en Oordeel te zijn, dat zy altijd mistasten; waar iets te beris-
len is, hel voorby zien, en het goede afbreken. De zonder-
ingfte voorbeelden uit ouden en nieuweren zou ik hier van
unnen bybrengen. Maar wat is dan van mijn Germanismen?
00 ik er begaan heb (en eenmaal heb ik er een gebruikt, ik
rken het!) Pocta jus suum tenuit, als Quintiliaan zegt. 't Is
es Dichters recht, Graecismen, Hebraïsmen, Gallicismen, en
lle ismen der wareld te gebruiken , mits hy het verfla, en zijn
aal er niet meé befmet maar vcrficrd worde. Het is van zulke
rijheden waar, het geen Terenlianus Maurus van de verfmaat
fegt:
/n metra peccanl arte^ non inscitia.
Doch wanneer een woord zuiver Ilollandsch is en gebruikt