Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 9 —
Wanneer zy 't wollig melkvee dreef
In Gozens vruchlbren fchoot,
Toen had ze, als kind, een knaapjen lief,
Het geen uit Hebron fprooU
Dien Jongling, van verheven* geest,
En edel van gemoed.
Had ze altijd aan de zij' gekleefd,
Als met hem opgevoed!
Vaak viel zy met dien jongen knaap,
By 't gloeiende avondlicht,
Voor Hem, die 't licht zijn fchijnfel geeft.
Op 't blozend aangezicht.
Vaak knielde ze in het morgenrood,
Doortinteld van ontzag,.
Met hem voor d'Ongcnaakbre neer.
En zegende den dag.
Vaak zat zy naast hem aan een beek,
En floeg de fchaapjens ga ;
Wanneer hy naar den hemel wees.
Den throon van Eloa.
Dan meldde haar zijn zachte mond,
Hoe ai wat aanzijn heeft.
Uit Hem-alleen zijn' oorfprong nam.
Door Hem-alleeni2 leeft.
'O
Hoe 't menschdom, door Zijn hand gewrocht,
Hem fchaamteloos vergat;
Aan dartle lust zich overgaf;
Zijn wetten overtrad.