Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 8 —
Helaas! hel is Oziris niet,
Waarom heur boezem Ireurl!
Hel is Anubis woede niet,
Dat haar de borsl verfeheurl!
De dag, hel voorwerp van haar fchrik.
Genaakt, en fpoedt fteeds aan.
De rouw, de feeslrouw loopt op M eind.
Als Apis op zal flaan!
Op morgen, en hel Feestgejuich
Verkondt den nieuwen God!
Op morgen, en een oogenblik
Bepaalt heur gruwzaam lol!
Nu vliegt, nu ftreeft zy raadloos om.
De wanhoop op 'l gelaal:
»0 Hemel, red my! red, 6 red!
»Eer deze nacht vergaat!" —
De flaven ftaan bedeesd en ftom,
Ontzien zoo diep een fmart.
En wanen 't fombre Godsdiensldrift,
Die zich verheft in H hart.
Maar neen, zy eert geen fliergeloei.
Geen kelfend hondgcbaf.
Maar Hem, die aarde en hemel fchiep.
Die eeuwig is en was.
Dien God vol macht en majefleit,
Wiens wenk het al befchikl!
Tot Dien is 'l, dat haar leder hart
Weemoedig bcnenblikl.