Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
»Ik flcrvcn van de fcliaamte en angst,
»Als hy mijn borst genaakt! —
»Genadig Sclinlsgeest, kom dit voor,
»0 Gy, die voor my waakt!" —
Dus treurt ze, en baadt in 't biglend vocht.
Dat langs beur kaken daauwt;
En fchrikt by eiken morgenftraal,
Die aan den hemel graauwt.
»Ach (zegt ze)! weêr een nacht voorby!
»Alwéér een dag gereed,
»Die U gruwzaamst leed my nader brengt t
ȕlet ondoorflaanbaarst leed!
»Ja, Totifar, 'k vereer uw deugd;
»En niet, met Haafsch ontzag:
»Maar dood cn wee vcrvulle uw bed ,
»Eer ik het drukken mag!" —
Afgrijslijk giert het midlerwijl
Door Stad cn Tempelwijk:
Afgrijslijk galmt het langs de ftraat
Met fleepend treurmuzyk:
Afgrijslijk joelt het om haar heen
Met kermend lijkmisbaar;
Met woedend kloppen op de borst
Van Vrouw en Maagden fchaar.
HRoept alles, alles, wee en ach!
En fcheurt zich vlecht en kleed;
Maar niets dat by de droefheid haalt
Van minlijke Asfeneed!