Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 235 —
Is niets van het künftige beeldwerk meer zeker. Kan een
eenige draad anders vallen , zoo kunnen zy 't allen, en doet
hy bet, zoo moeten zy 'tallen, en geheel de teekening is ver-
oren. Met eene eenige byzonderheid van de Voorzienigheid
uit te lluiten, fluit men alles uit; dewijl alle de bijzondeihe-
den tot alles famen moeten komen om bet door natuurlijke
t [)orzaken voort te brengen; en de zoogenaamde Algemcene
Voorzienigheid, deze famenkomst daarlatende, daar door zelfs
iet geen er de uitkomst van is overgeeft.
Maar de Godheid, zegt men, heeft werkzaamheden ingedrukt,
en regelen gefield waarnaar deze zich richten ; en dil is dc
ilgcmcene Voorzienigheid. — Een van beide, mijne Vrienden :
)f God heeft het uitlluitfel van de vcrfchcidcncrhande famen-
lomflcn dier werkzaamheden , die naar deze regelen plaats
uilen grijpen, ingezien; of lly heeft hel niet. Heeft lly bet?
5ie daar de bijzondere Voorzienigheid. Heeft Hy het niel ? ó
!oo is Hy geen God; zoo is Zijne kennis. Zijn wil. Zijne God-
ijke werkzaamheid-zelve, onvolkomen. Met één woord, zoo is
y het voorwerp van aanbidding niet, dat de Christen zich
n Hem voorflelt: zoo is Hy de God niet, dien de Christen
»annecmt, die zich in Zijn woord geopenbaard beeft als Al-
nachlig cn Alomtegenwoordig, als Alwijs en Algenoegzaam.
Daar is dus noodwendig eene Byzondere Voorzienigheid. Haar
lil Ie leggen, is noch van ons oogmerk, noch in onze macht,
jcnoeg zij het, hier betoogd te hebben, dal die haar niet fielt,
)ok dc Algemeenc wegneemt, ja der Godheid-zelve in Hare
i^olkomenbeid te kort doel; en dat die eene Algemeenc flemt,
Ie Bjzondere in der daad erkent, fchoon hy ze ook op die
ftijzc van al dat troostrijke berooft, dat zy voor den waarach-
igen Christen beeft. Wat toch, wal vcrlrooslcnds ligt ervoor
jen lijdende in, dal zijn flaat Gode niet onbekend maar by
lem voorzien is, zoo hy deze kennis in God alleen afleidt uit
ie wclenfchap van het geen de door Hem daargeftelde alge-
neenc werkzaamheden naar algemeenc regels ingericht, voort-
Jrengen moeten! Wat baat m5 dil, aardworm, die lijde, zoo
ik niet geloovc, dat Hy die dat algemeen gewild heefl, hel om
liet byzondere, en dus ook om my gewild heeft, dat Hy, door
Zijne Wijsheid en Goedheid beftierd, daar mijn heil in beoogt
en uitwerkt! Wat zeg ik, beoogen en uitwerken? Ja nog meer: