Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 234 —
afflorling-zelve van den fteen is het noodwendig dat deze pon
gene hut van het daar onder gebouwde dorp, die eene andr
verpletter. En zoo God den fteen en zijne inwatering beftem<
h(?eft, heeft Hy dan ook daardoor-zelfs de beftemde uitwerkin;
van ieder bijzondre punt van dien fteen op dat tijdftip da
hy vallen zal, en ook dat tijdflip van zijne alflorting zelf (da
mede noodwendig door de wijze der inwaleringen grondsloff
der rots bepaald is) voorzien en beftemd. Die liier iels aai
Gods Voorbeftemming of Voorzienigheid wil onttrekken, onl
trekt er alles aan. Of God kent zijn fchepfel niel, of Hy wee
waartoe Hy het vormt en in een verband met Medefchepfelei
plaatst, dat Hem even zeer bekend is. Zijne Voorzienigheid i
volkomen, en lluit geene bijzonderheid uil, of zy is niels. Mei
kieze!
Maar, wanneer wy van oorzaken fpreken, vergelen wy niel
hoe oneindig vele nevenoorzaken er famen moeten komen or
bet geen wy de voortbrengende oorzaken noemen in flaat t
flellen dat zy bel worden! Keeren wy tot het evengemcld
voorbeeld weder. Dat de overgrootouders, en daarna de groot
ouders en ouders eens kinds (die veellicht uit verfchillcnd'
hoeken der wareld zullen moeten opdagen) lot zijne voortte
ling famenwerkcn, daarin is 't de wil dier perfonen alleei
niel die in aanmerking kooml. Wal behoort er niet toe, on
dien wil te verwekken! om hem mooglijk te maken! om hen
tot werking le brengen! om zijn uilwerkfel daar le ftellen! D
famenkomften len aanzien der plaats, ten aanzien van tijd; d
bekendwording der perfonen met elkander; de indrukken di
zy op elkander oefenen moeien, eer de vereenigingen diehie
noodig zijn lot ftand komen, en die duizend voorbereidend
gebeurtenissen onderftellen, duizend andere uilduiten ; de mid
delen die in hun macht moeten flaan om ze te kunnen vol
trekken — van duizenden beweegredenen fpreek ik niet, zon
der welke hun aller wil niel bepaald zou worden of kunnei
worden — van dit alles moet God de oorzaken voorzien hcL
ben, zoo Hy de geboorte van het kind heeft voorzien. Tevooi
zien dat dat kind geboren zal worden, lluit het voorzien vai
dat alles in wal hiertoe gebeuren moet. En daar alles in 'swa
relds gebeurtenissen aan een gefchakcld en door een gewevei
is, zoo is het voorzien van een eenig punt hel voorzien vai
alles. Kan een eenige draad in het weeffel anders vallen, zoi