Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
^ 229 • -
er eene Universcele V^oorzieniglieid is: want zy flrekt zicli, naar
onze Leerfielling, uit over alles wal is, dat is over ai.lk
derhaden. Maar de gebrekkigheid onzer taal, die dit woord
zoo wel als dat van generaal door algemeen vertolkt (met het
Iloogdnltseh is het even zoo) veroorzaakt ten dezen aanzien
(gelijk in 't gebruik van duizend andere inlandfehe woorden,
welke men aan aangenomen en eene vaste beteekenis hebbende
Latijnfehe termen, als vertalingen daar van, in dc plaats fielt,
doch allijd onzeker en dobberend zijn in de aanwending)
duizende misvattingen. Ik geloof eene Algemeene Voorzienig-
heid is rcchlzinnig, wanneer men het woord voor uniw-rsecl
gebruikt. Ik geloof eene Algemeene Voorzienigheid is ten hoog-
fte Onchristlijk , wanneer 'l woord generaal in tegenoverftel-
ling cn mei uitlluiting van 'l bijzondere (het particulaar) bc-
teekenen moet. Wanl geen algemeen in dezen zin {^ocii gene^
raai) beftaat; of indien men mocht willen dat hel beftaat, zoo
beftaat hel niet dan in de hijzonderheden ; en de bijzonder-
heden tiil te Huilen is het generaal te vernietigen (*).
(*) Dal het even zoo is met de uitdrukking van Algemeene
ftelling is blijkbaar. Van het Algemeene lot het Byzondere Ic
befluiten, is eene rechtmalige gevolgtrekking, zoo het woord
algemeen, umverfeel beduidt: beleckent het generaal, zoo is
hel een folisma, waar van thands de fchrillen der zoogenoemde
VVijsgeeren vol zijn. Ook mag men veilig opmerken dat de
nieuwingevoerde fmaak om geene, fchoon tot dus verr' in de
taal gedoogde, vreemde kunstwoorden toe Ie laten, maar ze
door inlandfehe Ie verplaalfen, die ieder Schrijver voor zich-
zelven vormt, en ieder Lezer naar de Etymologie of naar den
famenhang pro caplu opvat, waar mede de Duilfche Nicuwig-
lieiddrijvers zoo zeer in de weer rijn, dat, zeg ik, deze nieuwe
fmaak oneindig beeft toegebragt om dc denkbeelden Ie ver-
warren, vooral by een onderwijs in de Landtaal. Nooil wordt
men dil heler gewaar, dan wanneer men iels van hnn in eene
andere laai over wil brengen. Op ieder flap vindt men dub-
belzinnigheden, en deze bewimpelen doorgaands, of iiebben
voortgebracht argumenten van vier termen, die van dc duizend
Lezers niet een ontdekt, en fomwijlen door den Schrijver-zeU
ven niet bemerkt zijn geworden.