Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 228 —
gelaten wordt. Hel ontbreekt, zeker, onder dc tegenwoordige
vcrlichtingfclirceuwers aan dezulken niet, die zeggen: »mijn
»bidden zal in de fchikking der wareld verandering maken,
»en hel algemeen is voor God alles, maar het byzondere is
»Hem niets. Ik-zelf ben een niets in de famenftemming des
»Heclals; en tol zulke nietigheden flrekt zich de zorg van het
»iloogfic Wezen niel uil. Er is, ja, eene Algemecne Voorzie-
»nighcid, zoo er ecn God is, maar eene Bijzondere laat zich niet
»denken en kan er niet zijn." Hel onlbreckl aan dezulken niet,
en hoe velen welmeenendcj), op wie diergelijke woorden, aan
alle kanten met vertrouwen uilgegalmd, ongevoelig ecnen in-
vloed gewinnen, die allengskens toeneemt, en het hart met
oene twijfelmoedigheid vervult, die, zoo dc Genade het niet
krachldadig verhoede, in wanhoop ontaarden moet.
Ik zeide zoo even, dat zy in een' zekeren zin gelijk hebbQn,
die het onderfcheid tusfchen Algemecne cn Byzondere Voor-
zienigheid aan onze menfchclijke begrippen toefchrijvcn. Zeker,
hel denkbeeld van algemeen en bijzonder, als tegenftcllingen
van elkander, is bloot aan de gcbreklijkhcid onzer bevattingen
toe Ie kennen. Het zijn, naamlijk, in dien zin, bloote algetrok-
kenhcden die niet beftaan. Alle algemeene denkbeelden ont-
Itaan in ons, ecniglijk door altrekking, en hebben dus geene
waarheid in zich-zelve. Het algemeene beflaat niel. Geen
mensch in hel algemeen, geen paard, geen boom, beflaat. Maar
deze mensch, dit paard, die boom, beflaat, en zoovele anderen
daar nevens, uit welke wy door afzondering van bet geen wy
in alle waarnemen, het begrip van een' mensch, een paard,
een' boom, in het algemeen vormen. Maar beflaat het alge-
meene nicl, hel bijzondere, het ondeelbare beflaat: en terwijl
ons begrip van bijzonder, als tegcnflclling van algemeen , in
dat van algemeenheid zijn' grond heeft, en dus mede alleen
een wijs van bevatting is, zoo is echter al wat is, in 't byzon-
der. En zelfs er kan geen algemeen gedacht worden dan bet
geen uit bijzondcren bcftaal. En wat zegt hel derhalve als men
Gods Bijzondere Voorzienigheid lochcnt, in naam eene Alge-
mecne te ftellen?
Daar zijn Iweederlci opvallingen van bet woord algemeen:
liet ccnc, het welk met het kunstwoord der geleerde laai uni-
verseel, het ander 't welk generaal genoemd wordt. Het uni-
verfcle beval hel bijzondere; cn dus zeggen wy met recht dat