Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 224 —
eerst lang daar na vernam ik hoe mijne gants eenvoudige
woorden dien braven Grijzaarl zoo zeer hadden kunnen aan-
doen. De al^emeene verwerping naamlijk van het Leerftuk der
Byzondere Voorzienigheid, die, tot droefheid der naauwer den-
kende waarachtige Christenen, in Engeland plaats heeft, was
er de oorzaak van.
Men weet, hoe dil Leerftuk voor lang reeds aldaar en el-
ders behandeld is. H Was het gewone onderwerp der gefprek-
ken tusfehen Koning Willem en Burnet. De eerfte hield er
zeer sterk aan vast, en grondde daar al zijne gerustheid
voor tijd en eeuwigheid op. De laalfle beftreed het, met eene
gematigdheid, die niet altijd van die zijde in acht wordt ge-
nomen ; maar zonder een' eenigen van de droggronden zijner
party te laten varen. In Holland heb ik zeer kundige en voor
't overige hoogstrechtzinnige mannen gekend, die, de Algemeenc
Voorzienigheid vast en onwrikbaar geloovende, de Byzondere
ontkenden. En hier in Duilschland, het middelpunt en de
bron der Ongodislery, gelijk van alles wat verval in den ze-
delijken en verflandelijken mensch genoemd mag worden, zou
het wel wonder zijn, zoo men eenige Voorzienigheid meer be-
leed, die in iels anders dan bloole woorden beftaal. »Het on-
»derfchcid tusfehen Algemeenc en Byzondere Voorzienigheid
»is een herfenfchim" zegt men ; en tot zoo verr' zou men
recht hebben, zoo men 'l niet op de volgende wijze verklaar-
de. »Want God beftiert bet geheel met een' wenk , en daalt
»niet af in byzonderheden." Die hier iets tegenwerpt, wordt
belachen, befcbiml, en vervolgd: de gewone weêrleggingen en
oploslingen der nieuwmodifche Theofofisten, die flechts eenen
vijand des menfchelijken geflachls kennen; dal is, die den loop
hunner dolle wanbegrippen die zy voor verlichting uitventen,
eenigzins legenftreelt. En deze vervolging is (men begrijpt dit
licht) eene zuivre menschlievendheid en weldadige zorg voor
het welzijn des Nageflacbls, dat niet fpoedig genoeg van het
Bygeloof dal de Cbristlyke Godsdienst van de zoogenaamde
iSaluurlyke onderfcheidt, ontheven kan worden. Hel begon in
het midden der nu afgeloopen Eeuw aan de Duilfche Godge-
leerden te vervelen ten doel aan Voltaires fpotlernijen te flaan.
Zy begrepen (zoo wel waren zy van de Godlijkheid van hunn'
leer overtuigd) dal het Christendom, gelijk beltoen nog onder
hen geleerd wierd, niet ftaande gehouden kon worden; en