Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 222 —
cn alles wat hy in zijn lichaam voor fchoon of goed reken
de Wilde omhangt liet mei zijne glaskralen cn wal hy in
geen hy het zijne noemt, hoogsl fchal. Gy, Wijsgeercn, gy gce
er hm; goedheid, uw wijsheid, uw harmharlighcid, zoo gy
bezil, of meent, of wenscht tc bezitten, aan, cn het een
zoo zeer anthropologie of God lot mensch njaking als het a
dere. 'lEcn en ander maakt even zeer God tol mensch cn d«
mensch tol God. Alleen is uw afgodcry licht nog erger, o
dat zy bcdriegclijker is, en veel verder gaal. l)e Heiden cc
zijnen j^ewaanden God, maar is vatbaar den waren tc erke
nen , en verwerpt Hem niel noodwendig cn altijd. Gy, als
uw beeld van verbeelding voltooid hebt, eischl dat God h
gelijke, en waar God zegi, ik ben zoo niel; mijne volinaal
beden gelijken die onvolmaaktheden nicl, waar gy den naa
van volmaaktheden aan geelt; ik ben niet barmhartig dan l
houdens mijne rechtvaardigheid; mijne barmhartigheid, mij
rcchlvaardigheid zijn niet als die gy uw beeld hebt gegcvei
mijn goedheid brengt niet mcê het geen die van uw Ideaal i
houdt; mijne genade is anders dan die gy in uw beeld ten loi
hebt gefield; mijne wijsheid is ongclijkvormig met de zijn
mijne voorzienigtieid reikt verre boven 'l geen gy onder di
naam aan uw beeld toeeigent: dan, in plaatfe van befchaar
op het aanzicht te vallen en den opgerechten Baal of Astaro
te verbrijzelen, houdt gy tegen God ftaande, dal Hy-zelf d
dc waarachtige God niet is. Ik heb zekerlijk weinig lust
lachen in een onderwerp van zooveel belang en zoo ernfli
maar gy zijl als de Abdcriten van Wieland, die aan Euripic
ftaande houden, dat hy Euripides niel is, om dat hy naar
afbeelding niel gelijkt, die zy in hunn' Schouwburg van h(
ge,)laatst hebben. En handelt ge zoo met den Almachtige,
wonder zoo gc u-zelven, uwe ziel, niet erkent voor het gc
zy is. ik, die hel gemaakt heb, zegt de Kunftenaar, ik zegg(
dal dit uurwerk door ecn veer bewogen wordt, en dal 1
mijn opwinden is dat bet aan den gang houdt. Neen, zegt;
't kan niet dan door ecn gewicht gaan, en dil gewicht, (
eens begonnen hceil te loopen, moet voorlloopen lol in (
eeuwigheid. Zoo maakt gy de wareld eeuwig, en zoo uwe 2
onflertlijk : en daar zelfs", daar gy de waarheid ziet en bewec
daar wordt zy tot valschheid, om dal gy ze naar uwe verkeei
begrippen vervormt.