Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— -210 ^
fchuld, die de flraf vorderde, weggenomen? Of blijft niet veel
meer het nu meer omwikkelde dier in zijn zelfden leefland
ten aanzien van den genen, die H recht, hem le firalfen, be-
zit? Zoo het dezen naar de reden der flraf vraagl, zal hy het
niet andwoorden mogen: Gy hebt misdaan, en, moedwillig
misdaan? Gy, gy-zelf! en de daad die in u geltraft wordl is
de uwe; de wil die hel kwaad deed begaan is de uwe! Met
één woord, mijn ftraf heelt zich over u (zoo velen gy thands
zijl) uitgebreid, niel uil eene willekeurige toerekening, maar
door den aart der zaak-zelve. Ën zoo gy ook Ihands na de
ontwikkeling en alfcheiding de daad niet begaat; zy is in u
zoo als gy baar begaan hebl geflrail geworden, en de ontwik-
keling en vermenigvuldiging in u heeft de voortduring der
ftraf even weinig als haar voorwerp weggenomen noch kunnen
wegnemen, maar alleen haar noodwendig vermenigvuldigd.
Op deze wijze fchijnl het my loe, mei den mensch le zijn.
Afzelfel van zijnen fiamvader heeft hy in hem gewild toen hy
een ,met hem was; heelt hy in hem gezondigd en overtreden,
en is in hem geflrail en der tijdelijke en eeuwige dood onder-
worpen. De ontwikkeling der voortteeling is eene vermenig-
vuldiging van den ftranijdende maar ook van den fchuldige.
U Geen in Adam rechtvaardig geflrafl werd, wordt hel in ons.
Ieder van ons is zoo flral buar als hy: ieder van ons heelt in
hem gezondigd: ieder van ons zich des Duivels verleidingen
overgegeven: ieder van ons het proefgebod overtreden, Gode
de gehoorzaamheid opgezegd, en zich 't oordcel Gods ter ver-
doemenisfe op den hals gehaald! En H is dus, dal wc de flral
en de zonde gelijkelijk, hel is dus, dal we de verdorvenheid
cn de vloek, met de fchuld tevens, op ons nagedacht over
brengen.
Zie daar, hoe my dit gewichtig ftuk voorkoomt. En het ij
deze befchouwing, die my altijd eigen geweest is, waardoor
ik nimmer in 't Leerfluk der Erfzonde eene hardheid gezien
heb, die er anderen in vinden. Van kindsbeen af had ik dil
gevoel van eenzelvigheid met mijne ouderen, waar door ik
hunne daden en verrichtingen voor mijn' tijd voorgevallen,
als de mijnen, de hun bewezen weldaden als my gefchied,
aanmerkte, en hun denkbeeld met het mijne in één fmolt. ik
kan niet bepalen, waar aan ik 'l vcrfchuldigd ben, zoo 't niel
is, dal de veelvuldige lezing der grondwaarheden des Chris