Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
XVIl
byvonrbecld, met de Hop, met den Dadelboom; hel geen ook
reeds by de Ouden bekend was). Dan draagt wel dezelfde ftruik
den manlijken en voouwlijken bloesfcm te gelijk; maar beurt-
lings rijpt de eene te vroeg of Ie laat voor de andere; en het
is niet dan door eene naauwkeurig op elkander pasfende uit-
wisfeling der werking van twee zulke bloesfems van verfcheiden
eenfoorlige firuiken, dat de paring vruchtbaar kan uitvallen.
Om dit gewichtig werk Ie bevorderen, moeten er derhalve
andere middelen in beweging gebracht worden. Infekten vlie-
gen van de manlijke tot de vrouwlijke plant, en dragen het
rijpe zaadmeel van de eerfte lot het manbare moederfpleetjen
der laatfle over. En het is voor deze Liefdedienst dat hel diertjen
zich met den honig beloond vindt. Gretig zoekt het dit zoele
voedfel. Om het dit in de Sapkliertjens gemaklijk te doen vin-
den, hing de Natuur licht in 't oog vallende en van verre reeds
kenbare uithangborden voor den ingang der Ilonigkamer. Ton
dien einde fierde zy niet alleen de bloemen die zich by den
dag openen, met de fchoonfte kleuren, zy merkte zelfs den
dieren dezen ingang naauwkeurig af door een zichtbaren en
niet te miskennen kleurigen vlek, die in eenige planten (lot
nog grooter zekerheid) tol in de diepte van den honiggang af-
daalt. Die bloemen daar tegen, die zich by den nacht onKlui-
ten, begaafde zy met eene zeer groote krans of kroon of ook
met eene zich verr' uitbreidende reuk; ja zelfs met een eigen
(phosphorisch) licht in de duifternis, met de liefdefakkel van
llero gelijk te ftellen.
»Op deze wijze lot zijn buit heengewezen, zoekt nu hel ruige
diertjen in de voorraadkamer in te dringen, en roert daarby
noodwendig de Meelftuifbeursjens aan (Anlheroi). Het manne-
lijk zaadmeel (Pollen Antherarum) blijft aan de hairtjens van
H beestjen, die er tegen ftrijken en fchuieren, vasthangen. Het
dier rooft den honig en vliegt om een nieuwe buil naar een
vrouwlijke plant van dezelfde foorl. Wet gelijken ijver zoekt
w. bllderdyk. xix. 2