Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 205 —
ging, dat Hy der vaderen wanbedrijven vergeldt aan bunne
afküinsl; ot wanneer ze onze borlen met boop en mei dank-
baarheid vervuil, daar Hy Zijne barmliarligbeid, Zijnen zegen,
veizekerl aan bel zaad der genen, die Hem aankleven? Laten
deze fehrikbare en troostrijke toezeggingen wel plaals aan den
twijfel''' Of ziel de opmerkzame Cbrisien ze niel volfiandig in
de Godlijke buishouding der gewijde en ongewijde Gelehiede-
nis, ziet hy ze niet volfiandig in het dageiijkseh leven beves-
tigd ? Uoept niet de dag aan den dag de bevestiging loe van
het geen de Almachtige zegt, als hy zich een' G<ul verklaart
die de misdaden der vaderen bezoekt aan de kinderen lot in
hel derde cn \ierde gelid der genen die Hem haten, en barm-
harligheid doel aan de duizenden (geleden) der genen die Hem
liefhebben cn Zijn geboden onderhouden? Ik zwijg van byzon-
dere voorbeelden, naarin God deze ftral in de kinderen uit-
drukkelijk aankondigt, als (om een Ie noemen) aan Salonion.
Ik zwijg van de zegeningen van Abraham in zijne nakome-
lingfchap, voor zoo \err* zij niet flechts op den Verlosfer, maar
op den wareldfclien voorfpoed en wclftand zijner alftamme-
lingen zien. Houdt dil alles niet even zoo eene toerekening in
van het voor God in den vader vertoornende of welgevallige:
en kunnen wy, hoe wy 't Leerfuik der Erfzonde ook \ erklaren,
verzachten, of ontwikkelen mogen, de erkenlenis eener wc-
zendlijke toerekening van de fchuld der ouderen aan het Na-
genacht wel ontwijken?
Maar beflaat deze toerekening, zoo is hot gewis dat zij recht-
vaardig moet zijn. Verre zij God van Godloosheid, en dc Al-
machtige van onrecht. .lob XXXIV, 10. Zoo is hel, zoo moet
het een zekere zaak wezen, dal wy in de fchuld onzer Voor-
vaderen werkelijkfchuldig zijn; dal wy in Adan), ja, letterlijk
opgeval, alle gezondigd hebben. En ik meen, dal hel niet
moeilijk is, by eene oplettende overweging der zaak, ons ook
van die werklijke fchuld Ie overtuigen.
Ik beroep my hier niel op de algemeenheid dier toerekening,
die ons-zelven als ingefehapen fcliijnl. Hls den mensch-zelven
eigen, de misdaad der vaderen aan de kinderen toe te eige-
nen. Hoe dikwijls heb ik onfcluiidige kinderen om den vader
zien haten, zien onderdrukken, zien vervolgen! Gruwzaam is
de daad in ons menfchen, die allen voor God met ouderlijke
zondenfchuld overladen zijn: gruwzaam is zc tn ons, in wie