Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
^ —
God-zelf beefl de menscblieid aangenomen, en in die voor onze
zonden geleden, en aan deze zelfde gekrenkte heiligheid, die
ons ter ftraf voi-derde, voldaan, lly heeft dU!#ons veroordeel-
den gereehivaardigd en geheiligd en in Jezus Chi'istus met
zich hereend. Is hier iets in , dat we niet hegrijpen , wy be-
grepen het ook niel, toen God ons in den fchoot onzer Moe-
der het leven gaf: nemen wy thnnds deze weldaad even zoo
aan, als wy de ecrfle aannamen, dal is lijdelijk, en zonder er
over te denken, en loven we Hem die zondaars zalig maakt!
|j Over d3 Erfzonde.
\\ Onder de flukken, waar in men zelfs by de Rechtzinnige
1 Chrislengemeenlen in onzen lijd ongevoeliger wijze van de
oude en waarachtige fli'engheid van Leer fclujnl algewekcn te
zijn, is hel my sillijd voorgekonun, dat er l)\zonderlijk twee
i ! zijn , die des opnu'rkzninen Geloovigen nnndneht verdienen;
j dat der Erfzonde noiuniijk, en dal dor Onllerllijkheid van de
Ziel. Aan hel luulfle zullen wy ter gelegener plaalfe eene by-
zondere overweging geven ; hel eerfie zal thands hel voorwerp
onzer belchouwing uil maken.
Een bekwaam en weldenkend Godgeleerde, Hoogleeraar aan
eene beroemde Univerfileil in ons Vaderland, fchrcef mij voor
verfcheiden jaien alreeds: »Ik heb de Erfzonde allijd als eene
»verbastering van onzen wil aangemerkt; thands koomt het
»niy voor uit uw fchrijven, dat gy er iets meer, iels geheel
»anders in fielt; en het is daarom, dal ik uw redeneering in
»uwen voorigeii niel wel gevat heb. Meld my duidelijk wat
»uw gevoelen daaromtrent zij. — Gy maakt er, dunkt my.cene
»ftellige zonde, geene bloole lijdelijkheid van."—Eer ik mij-
nen braven vriend antwoorden knn, bekwam ik de tijding
van zijn onverwacht af fierven ; en ik zag daardoor eene brief-
wisfeling afgebroken, die my federt eenen korten tijd nuttig
cn aangenaam was geweest. Thands weet ongetwijfeld de za-
lige meer dan wy, wat er van te houden zij; maar het voor-
werp beeft my federt allijd voor den geest gezweeld, en ik
lieb my dikwijls als gedrongen gevoeld, daar iets over op hel
papier te fiellen.