Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 201 —
van iels dat veranderlijk was; cn dus, niel van die verander-
lijke naluur des toen nog onlcliuldigen menfchen. Zy moesl
dus noodwendig den grond harer noodzakelijkheid in God
hebben.
PILAtETHES.
Ik geef bet toe.
EÜTHYFRON.
Zoo is zy dan noodzakelijk uit hoofde van Gods heiligheid.
Maar is zy dil, zoo moeten wy in de flraf alleen zien, of Gods
heiligheid bevredigd zy; even gelijk wy in de geldfchuld zien,
of de Eifcher voldaan zy. En hel is in het een als in het an-
der waar, daar de Eifcher bevredigd is, houdt de fchuld op.
FILALETHES.
Ik heb bier niet legen in te wenden.
EÜTHYFRON.
Waarom is de zonde ftrafbaar? Is het niel, om dal zy Gods
eiligheid legen is?
FILALETHES.
Gewis.
EÜTHYFRON.
Zoo is het dan die Heiligheid met recht, waar in men de
voldoende reden der ftraf hellen moet.
FILALETHES.
Maar die Heiligheid wil niet dat dc zondaar gelukkig zij.
EÜTHYFRON.
Zeer wel, maar gants mensciilijk uitgedrukt. Zeg liever, die
Heiligheid laats Gods vereeniging niel loe met den zondaar,
in welke hel geluk van dezen alleen beftaat, en builen welke
zijn eeuwig jammer.
FILALETHES.
Dus was mijne meening.
EÜTHYFRON.
Wel dan! Gods wijsheid beeft deze hindernis weggenomen.