Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 185 —
EÜTHYFRON.
Maar echter, gy twijfelt des niet tegenftaande! Zoo zijn wy,
ampzalige menfchen, mijn vriend! Smecken wy Jezus-zelven,
lat Hy ons ongeloove te hulp kome; en zie daar al wat er
e doen zij.
FILALETHES.
Maar kunnen wy ons niet eenigermate van de nietigheid der
ogenwerpingen overtuigen, die wy menfchen ons maken ?
EÜTHYFRON.
Veellicht. En het ftaat aan u, dit te beproeven. Zeg me
iwe zwarigheid, en wy zullen ze aan 't gezond verfland zien
e toetfen. Want het Godlijk woord wilt ge zeker daarby ter
;ijde ftellen, daar zijne leer in dit opzichte zoo zonneklaar is.
FILALETHES.
Gy zegt wel. Die leer heeft als leer geene bevestiging noodig.
3e opwerpingen des verftands alleen vorderen bij den wel-
meenende eene ontwikkeling die hare ongenoegzaamheid aan-
oone, en dus eene bevrediging met de reeds erkende waarheid
iieêbrenge.
EÜTHYFRON.
Wat is het dan, dat u in deze waarheid fluiten kan? Of
ïod aan een' ander onze zonde kan ft raffen, zegt gij?— Zoo
'aauw als die woorden daar liggen , loopen zy buiten de ter-
men. Even zoo kost ge vragen, of ik van een' derde betaling
ion vorderen voor bet geen gy my fchuldig zijt? leder gezond
mensch zal ween zeggen, en echter niet twijfelen de betaling
die een derde my voor u doet als voldoende, en u daardoor
^an de fchuld bevrijd te verklaren.
FILALETHES.
Het is 200: de vraag moet bepaald worden tot den gene,
iie vrijwillig de straf voor ons op zich neemt; en dus meende
k het.
EÜTHYFRON.
Maar, daar naar alle recht uitgemaakt is, dat een ander