Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 177 —
EÜTHYFRON.
Gy zegt wel. Maar wat eischt Zijn Volmaaktheid?
FILALETHES.
Dat we daar den diepften eerbied voor voeden. Eerbied, die
de erkentenis der dankbaarheid, de aanbidding, de onderwer-
ping, de verwachting van al wat wy behoeven van Hem-alleen ,
in zich (luit.
EUTHYFRON.
ïe recht! Maar zij eischt nog iets meerder. Zy eischt dat zijn
Ichepfel volmaakt zij. En daar dc volmaaktheid niet is dan in
Hem, zoo kan de onze niet beftaan dan in Hem te gelijken.
Maar wat is de uitdrukking van Gods Volmaaktheid ? — Wy
vinden haar door opmerking en overdenking in Zijne wijsheid ,
maar wy gevoelen en erkennen ze onmiddelijk in Zijne in al-
les zichtbare Liefde.— God eischt dan Liefde van ons. Onbe-
paalde Liefde! beide tot hem cn den Evenmensch: en Liefde
is baarblijklijk de vervulling zijner Wet.
Maar laten wy daar alle Filofophifche fpekulatien, en raad-
plegen wy de onfeilbaarheid van Zijn Woord. — Wat eischt God
in zijn heilig Evangelie voor plichten van hun, die Zijne ver-
eeniging zoeken? Wat anders dan Liefde?
Liefde is mededeeling van 't harte. Jegens God, eene ophef-
fing des harten tol Hem: jegens onzen Naafle, eene uilbreiding
van ons-zelve, waar door wy ons met hem vereenigen: eene
gemeenfchap met God-zei ven (die louter Liefde is, en zich in
zijne fchepfelen uilftort), in een derde voorwerp. Die zijn' Naafte
lief heeft, heeft God lief.
FILALETHES.
Maar wat is de grond dezer Liefde?— Immers beflaat zy in
eene richting des gemoeds, in een' trek, een zucht, ter veree-
niging' met het geen haar voorwerp uitmaakt?
EÜTHYFRON.
Ongetwijfeld!
FILALETHES.
Van waar dan die trek, die zucht, die richling des gemoeds?
W. BILDERDYK. XIX. 12