Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 172 —
eutiiyfiion.
Maar is liet niet m den mensch te vinden, zoo moet het bui-
ten hem zijn; teu zij hei een bloote herfenfchim zijn mocht
filalethes.
Dat kan het niet zijn, want wy hehhen er alle (schoon ver-
ward) een hefel van. In ons-allen ligt een naUiurlijke aandrift
om er naar Ie trachten; en deze Irek (die zoo hevig en onbe-
dwingbaar is, als onafgebroken door gelieel ons leven voortdu-
rende) moet een voorwerp hebben.
• eutnvfron.
Wy zijn het dus eens, dat het buiten hem is; maar waar
zoeken wy 't dan? In zijne Medemenfchen misfchien, die allen
met hem in het zelfde geval, en, even zeer, bloot afhanklijke
wezens zijn, en onbekwaam het kwaad uit te fluiten?
filalethes.
Dit ware de ongerijmdheid-zelve.
küthyfron.
Veellicht zou een ieder u dit zoo gewillig niet toegeven. Is
het niet in ieder van hun afzonderlijk, het mag in hun al te
famen gelegen zijn.
filalethes.
Maar hoe kan een bijvoeging van deelen, die hel geen van
allen bezitten, het vereenigd bevatten; de zaak ondeelbaar
zijnde? Dit ware dan veellicht mogelijk, zuo het voorwerp een
bloot refultaat was van combinatiën; maar het denkbeeld, het
geen wy ons van het Hoogfte Goed voorftellen, Is eenvoudig.
En de ongerijmdheid is derhalve zichtbaar.
Hoe zullen de menfchen alle Ie famen genomen, het kwaad ,
het gebrekkige afweeren en uitfluiten, dal zy ieder, in en met
zich voeren? dat, waar voor ieder gelijkelijk en alle Ie famen
blootflaan, en dat van hun geenzins afhangt?
euthyfron.
Gy hebl recht. Doch gefteld voor een oogenblik, dat het in