Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 171 —
zijn wezens, die uit ons-zelve niel zijn; wier beflaan van ons-
zelve niet afliangt; die ons-zelven niel genoeg zijn: en ons ei-
gen zellsgevoel overtuigt ons hier van. — Hoe dan in ons-zelve
gevonden, het geen ons volftrekt gelukkig zal maken, hot geen
alle ongeluk van ons uitlluiten zal? — Inderdaad, dil belielst
eene legenfirijdigheid.
In ons-zelve derhalve is hel Hoogfle Goed, in den volftrek-
len zin, niet te vinden.
fn.alethes.
Maar is 't hel in een' relativen zin?
eüthyfron.
Wat wil dit zeggen? — Of de menseh in zich vinden kan
DAT Hoogfle Goed (hel zij dan zoo groot of zoo klein als het
wil), dat hy bezit? — Dit is pnzin.
Of wil het zeggen: Of hy in zich vinden kan, H geen hy niet
bezit, maar waar hy vathaar voor is? — Dit beandwoordt zich-
zell: want, het niet bezittende, waar zal hy 'tin zich van
daan nemen?
Of het moest (zoo men 'l noemt) implicitè in hem zijn : dat
is, de zaden er van moesten in hem liggen, en flechts ontwik-
keling behoeven. En in dal geval wordt het verkrijgen van het
Hoogfte Goed eene ontwikkeling en volmaking door ontwikke-
ling. En ftellen wy dil, zoo moet dit verkrijgen, beflaan in
eene vermeerdering van eene hem natuurlijke hoedanigheid,
bet zij dan iichaamiijk, als kracht, vlugheid, enz. het zij ver-
ftandelijk (intelleclueel), als oordeel, fmaak, enz. of wel, in
de vermeerdering van het een en ander vereenigd. Dan, dit
maakt alles niets tot het Hoogfte Goed , dal alle leed, alle kwaad,
alle gebreklijkheid, uitfluit. Of eindlijk, hel moet beftaan in
hel refullaat dat uit de vermeerdering zulker hoedanigheid of
hoedanigheden voortvloeit. Edoch dit refullaat moet deelen in
de natuur zijner oorzaken, en kan niel bevatten dan 'tgeen
in de oorzaken ligt, maar alleen daar eene andere aanwending
van zijn.
Hel Hoogfle Goed is derhalve niel in den mensch-zelven te
vinden.
filalethes.
Dit is van de overtuigendfle blijkbaarheid.