Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 170 —
is onbcflaanbaar met bet geen onze eigen ftaal en de gc!ie(
Nalnur, zoo wel als de ftem der Openbaring, ons toeroe
's menfchen plicht te zijn. Maar zien wy, of wij het niet elde
vinden ?
filalethes.
Dil is, 't geen ik wenfche, en zonder 't welke ons onderzo(
van het Stelfel van Harris, zijn voornaamfte einde zou missei
eüthyfron.
En waar zullen wy 't zoeken'i' Of in, of builen ons-zelven
filalethes.
Natuurlijker wijze, beginnen wy met te zien, of wy het i
ons-zelven vinden kunnen.
eüthyfron.
Zien wy dan eerst en vooraf, wat het zij, het hoogstf. goed? —
Dit Hoogfte moet niet verftaan worden in een* zin van min
der of meer, maar in een' volflrcktcn zin. Niet de gezondftt
mensch onder de zieken bezit de hoogfte gezondheid, maai
die de gezondheid in den hoogften graad, in alle de volheic
harer volkomenheid, bezit. Ja, zelfs niet die dc gezondheic
in deze volkomenheid bezit, zoo dra dezelve volkomenheid
weer betrekkelijk wordt gemaakt tot het geen in het individu^
Pieter of Paulus, vallen kan: even weinig, zoo zy betrekke-
lijk wordt gemaakt tot eene zekere klasfe, cn de vatbaarheid
van die. Neen, maar het moet vcrflaan worden ten eenenmaal
onbeperkt cn zonder eenig te rug zicht op betrekkingen, en
geheel volstrekt. Zoo dra onze onvolmaaktheid of bijzondere
gefteltenis als menfchen dat Hoogfte Goed modificeercn moet
is het het Hoogfle Goed reeds niel meer.
Dan, kan by onze onvolmaaktheid iets in ons gedacht wor-
den, dat van deze onvolmaaktheid geene wijziging ondergaal?
filalethes.
Zeker neen, cn dit is genoeg, om overtuigd te zijn, dat het
Hoogfle Goed niet in ons is of zijn kan.
eüthyfron.
Maar ik wil de zaak minder afgetrokken befchouwen. Wy