Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 169 —
filalethes.
Dil geve ik gereedelijk toe.
euthvfhom.
Zoo kunnen zy dan ook geen deel van mijn geluk uitmaken.
En hel gene geen deel van mijn geluk uitmaakt, en geen goed
voor my is, daar moet ik noodwendig onverfehillig voor zijn,
zoo ik hier eenmaal de overtuiging van heb. God en mijn
Evenmensch en de naauwfte betrekkingen, zijn my derhalve
niels; want zy hebben geen' invloed op 'tgeen van alles bui-
ten my-zelven onafhankelijk is, de rechtheid van mijn gedrag,
die het Hoogfte Goed voor my maakt. Ik ben niet alleen my-
zelven (als de Stoïfche Leer meébrengt) genoeg; maar alle be-
trekkingen breien af en vervallen, daar zy aan niets hechten
kunnen.
filalëthesa
Maar zoo men de rechtheid van 'l gedrag in overeenftem-
ming met den plicht ftelt, en Godvrucht en Mcnschlievendheid
in dien plicht inlluit ?
eütuyfron.
Zoo vrage ik wat de plicht zij? Immers eene zedelyke nood-
wendigheid. Maar die zedelijke noodwendigheid, waar wordt
die door bepaald? Zekerlijk, door het geen mijn doe! moet
zijn. Edoch dat doel is hel Hoogfte Geluk; en dat Hoogfte Ge-
luk, als wy gezien hebben, Ihiit my in my-zelven op, en fluit
Godvrucht en Mcnschlievendheid uil.— Het is dus, hoe men
't wende of keere, een bloot en verfoeielijk Stoïcismus, dat niel
te bemantelen, noch met 's menfchen waren plicht, naamlijk,
deelneming, liefde, en uilvloeing des harte, beflaanbaar is.
TWEEDE GESPREK.
eüthyfron.
Harris Hoogfte Goed is dan geen Hoogfte Goed. Want hel
maakt nict gelukkig; het fluit nict alle Ongeluk uil; en hel