Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 167 —
van elke enkele daad ol' verrieliting ? In 't eerfle geval is zy
blijkbaar 't refultaat van een vergelijking van betrekkingen in
den geest, en dus geen onniiddelijk befef. Maar 't (ievoel van
GELUKKIG te zijn is eene onmiddelijke gewaarwording. — In bet
laatfle geval, onderftelt de erkentenis van de rechtheid der daad,
wederom een vergelijking, een oordeel; en hel is dus almede
de onmiddelijke gewaarwording niet van gelukkig tc zijn.
filalethes.
Maar echter zal zy het gevoel van geluk of genoegen voort-
brengen, 't geen gy reeds erkend hebt dat er in ligl.
euthyfron.
Gewis, maar dit maakt haar niet tot dat genoegen-zelve,
maar alleen tol een bron van dal genoegen. En men zou moe-
ten zeggen: de befchouwing van de rechtheid van gedrag,
maakt gelukkig; niel, is het Geluk. — Doch even zoo is het
met uiterlijke voorrechten , als by voorbeeld , gezondheid. Deze
zijn ook een bron van H genoegen, waar door men zich geluk-
kig voelt.—Dil Geluk is het hoogfte Goed niet, ik fta het ge-
roedelijk loe; maar is de befchouwing van een recht gedrag,
die ons niel van 'l kwaad eenes uilerlijken toevals bevrijden
kan , dat Hoogfte Goed ? Wy hebben hel tegendeel reeds gezien.
Ik erken het.
filalethes.
euthyfron.
En eindelijk, hoe men 'l neme. 'l Hoogfte Goed befta in de
rechtheid des gedrags of bedrijfs-zelven, onafhanklijk van 't
gevoel des bedrijvers; of het zy gelteld in de erkentenis van
die rechtheid : Waar kooml de geheele Leer van den Schrijver
op neer, dan op HStoïfche: in/ti(uturn mcum fervn; «Ik wijk
»niet af van mijn regel, en daarin alleen itel ik mijn ge-
«luk?" — Beginfel van louter Egoïsmus en Afgodery van zich-
zelven.
Uit dit Grondbeginfel volgt het ganlfclic Stoïcismus. De pijn
is geen kwaad, en met hel (ieluk niet ftrijdig, want zy belet
niel dal ik mijn regel volge, de my voorgeflelde rechtheid van
gedrag. De vernietiging zelve is geen kwaad. Geen ftraf is er
mooglijk, zelfs van God niel. God-zelf kan aan mijn geluk niet