Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
x{i{
Sli/i ol stikf zou men iu M Nederiluilseli kuinicn zeggen; maai-
liever, sliky of zet den beker neèr.
De Luvretia cn den Achilles in Scyros denk ik niel dal ie-
mand ol in de Fasli van Ovidius of bij Stalins zoeken zal.
Wil men het echter, ik mag het lijden. De Y^witi en Vrede-
hmj is eenmaal ergens geplaatst geweest onder den naan» van
Vertaling nil hel Yslandsch, even gelijk mijne ul/me/ta in mijne
Eersle Mengelingen (bij A//ari), als Vertaling uit het Guineescb.
Leiterkundige grapjens, waarmee men zich somwijlen ver-
maakt! Ik geef ze hier voor hel geen zy in der daad is, dat
is, als oorspronkelijk, liet is het eenige dat niet geheel nieuw
is, en ik achtte het slukjen nicl slecht genoeg, om het, ter
zake dal het veellicht van een twaalftal menschen voor vijf-
tien of zeslien jaar gelezen mag zijn, geheel verloren te latei»
gaan. — Den trant van de Morokkane zal men geheel nieuw
vinden, cn is louter famenfjiraak. Hoe men er over denke, zij
is volmaakt in den geesl der Tnrksche Belijdenisse, waarvan
uien zich by ons een geheel verkeerd denkbeeld gewoon is te
maken. In de tijden der Kruisvaarten gingen zy voor Afgoden-
dienaars, Aanbidders van Mahom cn Termagand (zoo noemde
men 't toen): en weldra gaven zy ons den fchcldnaan! van
Afgodische honden terug. Weinigen denken thands nog, dat
de rechlgetrouwe, rechtgeloovige Muzulman nader aan 't Chris-
lendom is, dan zoo velen die den Doop in hun kindsheid
ontvingen, en zich naar des Heilands naam noemen. Ten min-
fle, is dit zeker, dat een Jood by hen volkomener belijdenis
van Christendom doen moet, dan de lierlijnfche Godgeleerden
van de .Joodsche Huisvaders vorderden, die nu onlangs zich
opdeden om (zoo "l hecltc) tot de Christenheid over te gaan.
Hobhert de Y^Hes is geheel Burlesk. Deze fmaak hcefl by my