Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— m —
eutiiyfnon.
Het geen niet in de Natuur van den mensch ligt, maar door
eenen invloed eens hoereren wezens, van buiten verkregen
, O 7 O
wordt.
falalethes.
Gy zegt dus, dat voor zoo verre de van ons zoogenoemde
ftem van het hart van geen' invloed eens hoogeren wezens
kan gefteld worden af Ie hangen, maar den mensch natuurlijk
eigen is, zy niets anders is dan een verward befef des verftands?
eutiivfuon.
Dit is, 't geen ik heb willen uitdrukken.
filaletues.
Het zy zoo gy wilt! Ik ben gants niet afkeerig van dit ge-
voelen. Maar ik zou dan moeten zeggen: ik heb een verward
befef, dat het rcfultaat van Harris niet juist is.
euthyfron,
Ten minfte, gy meent het te hebben, want hel zou nog tc
bezien flaan, of zoodanig een verward befef w aar dan valsch zy ?
fu^alethes.
Perken wy de woorden in, zoo gy wilt. ik heb een ver-
ward befef, dat het refultaat van Harris, by my, zoo als ik
zyne voorftellen en redeneeringen opgenomen en opgevolgd
heb, niet juist is. De redekaveling van Harris mag by hem
juist geweest zijn, en by my niet juist, door hier of daar een'
term anders opgeval, of iets noodzakelijks in het verband
voorby gezien te hebben.
Dat het refultaat by my niet juist is, dit kan ny niet be-
driegen; want ware het juist, zoo als ik de redekaveling op-
genonjcn, gevolgd, en verflaan hebbe, zoo had hel die vol-
Konïcn berusting te weeg moeten brengen, die elke juifte re-
deneering noodwendig met zich voert. — Maar zijt gy-zelf
met dat refullaal te vreden?
euthyfron.
Het verwondert my, dat gy nu eerst denkt om my dil te
vragen, ik had u terftond neen kunnen zeggen.