Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 102 —
neer zy ons aangeboden of voorgefteld wordt? Of wel, aai
fchouwende kracht van een waarheid die in ons is? Het ee
fte doet hier niels uit, en wordt toegeflaan. 'l Koomt dan (
een waarheid in ons aan.
FILALËTIIES.
Gewis! eene waarheid in ons.
EUTIIVFRON.
En wat zal dit heelen ? waarheid toch is geene zelfflandi;
held, maar alleen een hoedanigheid van een voorflel, welk
plaats heeft wanneer dal voorlid overeenfleml mei bet geen i
Gy wilt dan, dal den menscb alle moogluke ware vooi
ftellen zijn ingefchapen, explicilè of implicilè. By voorl^eeld
»Dat het vuur heel, de fneeuw koud is. Dal de i de kleinfl
»letter van het Alfabelh is. Dal de maankop den flaap ve
Mwekl." En zoo ge een ouderwelfcbe Boerbaviaan zijl, »dj
alle zieklen uil bederf der vochten ontftaan." Zoo ge daar t«
gen een Browniaan naar den tegenwoordigen fmaak zijl, »di
»zy, in tegendeel, in te groote flapheid of fpanning der vasi
»deelcn haren oorfprong hebben." En wal dergelijke meer i;
filaletlles.
Alle moogluke! dit loopt zoo verrM — Laat het implicii
zijn. Of, hel geen op het zelfde zal neerkomen, zekere Grond
voorftcllen, tol welke alle andere gebracht kunnen worden.
EUTUYFRON.
Zoo zijn wy wederom even verr': want zoo behoort er re
dekaveling, om alle de overige propofilicn lol die weinige
die gy ingefchapen wilt ftellen, Ie rug tc brengen: of, he
geen hel zelfde in der daad is, ze daar uil af te leiden. — II
Bofluit dus, dat ons hart ons niet waarfchouwt, dan alleen
waar 'l verfland het bedrog in de redekaveling opmerkt, doel
er niet dan een verward befef van heeft. Of lievei', met an
derc woorden : dat die flem van het hart (voor zoo verr' z\
iets nienlchelijks in 0!)s, en niet iets Bovennatuurlijks is) eei
verward befcf des verfiands is, niets anders.
FILALETllES.
Wat verftaat gy door Bovennatuurlijk?