Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 160 —
Duell latüu >vy heoi dul iets iiiwililgeu, als eeii' prikkel, di(
ODS of waarl'chouwt, of aandrijft. H Zij &Is waarfchouwing vai
het aanzijn van waarheid ofvalsehheid in een voorstel; 't zi
als prikkel om 't voorftel op nieuw te onderzoeken; de ontdek
king, ol' (wilt gy?) de erkenning, de duidelijke erkenning dei
waarheid, de erkenning waar in men berusten kan, behoor
het verfland, en ik keer weêr lot mijn'grondregel: Waar he
verftand eene rechte uilfpraak gedaan heeft, moet bel bar
zwijgen. En of het verftand eene rechte uilfpraak gedaan bebbe
ftaat alleen aan 't verftand te bellisfen, door zich van de on
bedenkelijkheid zijner gronden, en de juistheid zijner gevolg-
trekkingen te overtuigen.
filaletues.
Maar, daar gelaten, of er builen de propofuivne^ idtulivat
(welke niet behelzen dan een gelijkftelling van belzelfde mei
zich-zelve) eene grondregel is, waarop zich het verftand zekei
verlaten kan (want of de termen, de bewoordingen, kunnen
aan valfche begrippen onderhevig zijn, of het subject of hel
pi-aedicuat kan ons te onbekend zijn om hun verband of wecr-
flrevigheid in te zien), kan men ooit genoegzaam gerust zijn
op de uilkomften die de gevolgtrekkingen ons leveren ?
EUTHYFHON.
Waarom niel?
FlLALETliES.
Om dal er ongevoelige afwijkingen en veranderingen onlflauii
in de wijziging der denkbeelden, welke wy aan een woord
verbinden; zoo dat wy op 't eind der redekaveling (dus noem
ik een aaneenfchakeling van redeneering) onder het gebruik
van hetzelfde woord, fomtijds of van ganls iels anders fpreken ,
of er geheel iets anders van beweeren, dan toen wy begonnen,
EUrUTFROK,
Ik ben zeker, dat dit dikwijls bet geval is. En gelijk er eent
ignoratio elenchi is, wanneer men onder 't zelfde woord iets
anders verftaat dan de geen tegen wien men redetwist, of dit
de Aulheur van de propofilie is; zoo ontftaat er fomwijlen eent
variado elenchi, in argumentando zelfs. Maar men moet hier-
tegen alle mooglijke oplettendheid aanwenden.