Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
XVIII
de Apostelen de overdenking van die hel lezen aau te beve-
len. liet behelst waarnemingen eener langdurige, en zoo op-
lettende als in bare voorwerpen zeer vermenigvuldigde befchou-
wing en ondervinding van 't menfchelijk hart. Wie dit wel
meent Ie kennen, beproeve 't. Wie in deze kennis nog leer-
ling is, make 'tzich ten nutte. Docb wie niet alleen Christen,
cn mensch, maar ook Dichter is, die geve er ook als zooda-
nig zijne aandacht aan, cn herinnere erzieh by aan het gene
ik in mijne Ode van de Dichlkuml heb nitgedrukl.
Men verbeelde zich nok om deze door ons aangenomen ver-
deeling niet, dat het in bet Eerste dezer Deeltjes aan ver-
scheidenheid zoude moeten ontbreken. Eener Godsdienstige
(icmoedsgestcldheid levert alles voorwerp van Godsdienst ernsf,
betrachting, en uitboezeming op; en in deze betrachtingen
en uitboezemingen zelve is de eentoonigheid even weinig
noodzakelijk als zy 't in de door haar vervelende darlelbeden
van Chaulieu was, of in de beestachtigheden die l'ommigen in
Voltaire verkiezen te lezen.
Zoo veel van het Eerste Deel! — Wat het Tweede belreife;
de ROMANCES maken een vak, waarin men dus verre getoond
heeft, tamelijk over my te vreden te zijn. Ik geef er hier we-
derom eenige, of, wil men 't dus liever, Vertellingen: want
natuurlijker wijze geeft de geest, in een zeker vak werkende,
daar gaarne eenige uitbreiding aan. Ook doormeng ik ze met
VERHALEN. Ecn benaming, waardoor ik ietsin een hooger stijl dan
de Vertelling versta, en het geen de Ouden (Idyllen)
noemden, een naam, welke de onkunde der latere tijden aan
den Herderszang heelt toegeëigend, doch die eigenlijk niet veel
anders dan Proeven of Staalljens beteekent. Van dien aart